Drills 4 skills

Drills for skills – Slimmer oefenen

Golf is een tijdrovende sport en tijd is voor velen kostbaar. Maar golf is tevens een vaardigheid en om daar beter in te worden moet er geoefend worden. De meerderheid van de golfers komt op de driving-range zonder echt een doelgericht plan te hebben. Doelloos bal na bal slaan is zinloos en best saai. U krijgt meer vaardigheid door efficiënter en met focus te oefenen,  door baansituaties na te bootsen en met meer tijd tussen de ballen door.  Een veel voorkomende fout is net zo lang ballen weg te slaan totdat die ene superbal eindelijk voorbij komt…

Probeer uw tijd op de range nuttiger en efficiënter te spenderen door onderstaande oefeningen en drills te doen. Maak bijvoorbeeld voordat u gaat beginnen een oefenplan door een aantal oefeningen te kiezen zodat u met een betere focus aan de slag gaat. Succes!

Onthoud!

  • REPETEER om uw techniek te verbeteren
  • VARIEER om uw skills te verbeteren en
  • SIMULEER om uw prestatie te verbeteren.

Wat wilt u uit uw golf halen?

"Practice Putts Brains In Your Muscles" [Sam Snead]

1. Warming-up

Zomaar een club uit de te pakken en een full-swing maken is niet echt de juiste manier om uw oefensessie te starten. De volgende warm-up is een goede basis voorafgaand aan  uw oefeningen op de range.

  • 10 armzwaaien met linkerarm.
  • 10 armzwaaien met rechterarm.
  • 10 squats.
  • 10 lichaamrotaties met een club achter uw onderrug.
  • 20 swings met de club omgedraaid.

Klik hier voor meer informatie over een goede warm-up 

1. Tempo en ritme

Totaal slaat u 12 ballen voor deze oefening.

  • Pak een ijzer 8 en sla 3 ballen naar uw normale afstand (bijvoorbeeld 130 meter).
  • De volgende 3 ballen slaat u met een ijzer 7 naar dezelfde afstand (130 meter).
  • Daarna 3 ballen met de ijzer 6 naar uw ijzer 8  afstand.
  • Als laatste 3 ballen met de ijzer 5 naar dezelfde ijzer 8 afstand afstand.

2. Balans en eindpositie

  • Leg 10 ballen neer en maak swings waarbij u probeert uw eindpositie vast te houden totdat de bal voorbij zijn hoogste punt is.

Hiermee traint u uw balans, slaat u te hard dan wordt het lastig in balans te blijven. Een slechte balans heeft negatief invloed op het raakmoment op de club en dus op de balvlucht/afstand.

3. Creativiteit

Simpel maar zeer nuttige oefening!

  • Kies 3 verschillende targets bijvoorbeeld 50, 100 en 150 meter.
  • Sla 3 verschillende clubs bijvoorbeeld een ijzer 9, 7 en 3 naar elk gekozen target.
  • Herhaal deze oefening 6 keer zodat u 18 ballen totaal slaat.

Dit is een goede manier om met verschillende clubs creatief te worden en afstanden te controleren.

4. Impact locatie

  • Spuit uw clubblad in met droog shampoo (verkrijgbaar bij Kruidvat).
  • Sla 3 ballen en kijk na iedere bal waar u de bal de club heeft geraakt.
  • Herhaal dit minimaal 6 keer zodat u 18 ballen geslagen heeft.

In een verder stadium slaat u een bal zonder te kijken en raadt u waar u de bal denkt geraakt te hebben.

Daarna kijkt u om te checken of het klopt. Hiermee ontwikkeld u meer gevoel voor uw impact locatie.

5. Balvlucht en traject controle

Deze oefening is gebaseerd op de controle van uw balvlucht en het traject ervan.

Sla 9 ballen, iedere bal met een andere balvlucht en steeds een ander traject (hoog, laag of medium).

  1. Hoog recht
  2. Laag recht
  3. Medium hoog en recht
  4. Hoge draw
  5. Lage draw
  6. Medium hoge draw
  7. Hoge fade
  8. Lage fade
  9. Medium lage fade

Om het nog moeilijker te maken kiest u bij ieder schot een ander target!

6. De 5% challenge

Doel is om shot shape to combineren met controle over de afstand en de richting.

Sla 18 schoten met verschillende afstanden.

Bij ieder schot verander je de hoogte en de curve van het schot of beide. Sla nooit 2 keer achter elkaar hetzelfde schot.

Kondig aan wat je gaat slaan, bijvoorbeeld hoge draw of lage fade.

Het doel is het aangekondigde schot te slaan en dat de bal binnen 5% van de totale afstand eindigt (140 meter is 7 meter).

Houd bij hoeveel schoten binnen de 5% range eindigen.

Sla je meer dan 60% binnen de range van 5% dan is je ijzer spel goed op orde!

Mocht 5% te moeilijk zijn verhoog dit percentage dan naar 10% en kijk hoe je dan eindigt.

1. Par 18

  • Speel 9 holes rondom de green waarbij u een bal op willekeurige afstand van de hole dropt.
  • Chip de bal, put hem uit en speel de volgende hole.
  • De par is 2 per hole dus 18 totaal na 9 holes.
  • Noteer uw slagen t.o.v. par en noteer uw persoonlijke record.

Leuk om met z’n tweeën te doen, de winnaar krijgt een drankje of een nieuwe bal van de ander. Herhaal dit proces en probeer uw persoonlijke record te verbeteren. Varieer met liggingen! Hetzelfde kunt u met alleen 9 holes putten doen.

2. Ladder Chippen

  • Start met een 10 meter chip met veel green om mee te spelen (min. 6 meter tussen de bal en de hole).
  • Speel 2 chips naar de hole.
  • U gaat naar Level 2 als beide chips binnen 2 meter van de cup eindigen.
  • Level 2 start 1 meter verder van de vorige plek.
  • U gaat naar Level 3 als beide chips binnen 2 meter van de cup eindigen.
  • Herhaal dit proces totdat je bij Level 10 bent dus op 20 meter.

Level 11 start weer bij het begin op 10 meter maar nu met 3 ballen.
Om naar Level 12 te gaan moeten alle 3 balen binnen de 2 meter van de cup eindigen.
Iedere keer dat u een level faalt begint u OPNIEUW!

3. Up & Down

  • Drop een bal ergens rondom de green.
  • Ga door uw volledige on-course routine en chip naar een hole.
  • Maak daarna af met de putter.
  • Maakt u een up&down (dus 1 chip en 1 putt) dan gaat u naar Level 2.

Drop nu 2 ballen en herhaal dit proces.
Iedere keer dat u alle ballen up & down (1 chip, 1 putt) voegt u 1 bal toe.

Dus Level 8 is met 8 ballen op willekeurige plekken rondom de green.
Faalt u  een level dan herhaal dit level, u gaat dus niet helemaal terug naar Level 1.

4. Chip & Putt Challenge

  • Kies een locatie op 10 meter van de hole.
  • Sla de chip op de green en maak af met de putter.
  • Alleen putten op de green (geen putter buiten de green gebruiken).
  • Herhaal dit 12 keer (12 holes).

Het aantal gehaalde punten is gerelateerd aan een up&down handicap.
De totaalscore is het aantal slagen dat u gemaakt hebt met 12 ballen.

  • 41-40 = hcp 22+          30-29 = hcp 9-7
  • 39-37 = hcp 21-19        28-27 = hcp 6-4
  • 36-35 = hcp 18-16         26-25 = hcp 3-1
  • 34-33 = hcp 15-13        24-23 = 0-+1
  • 32-31 = hcp 12-10        22-12 = +2

5. Skills Test

  • Markeer met tees of neem een touw mee om te meten 1.80 en 3.60 meter van de hole.
  • Belangrijk is dat u elk schot beschouwd als in een wedstrijd, dus denk aan pre-shot routine etc.

Doel van de test

Zoveel mogelijk punten halen in 5 schoten van verschillende afstanden (chip 9, 18, 27 – bunker 9, 18).

  • Sla 5 keer OM EN OM van dezelfde plek, draai daarna door met de klok mee naar de volgende afstand.
  • NOOIT van exact dezelfde plek, NOOIT achterelkaar, wissel met je partner.

Eindscore

  • Totaal aantal punten na 5 schoten per afstand.
  • Werk in groepjes van 2 personen en zorg ervoor dat ieder schot van een andere plek geslagen wordt!

6. Landingsgebied

  • Neem voor deze oefening je SW of LW en markeer een plek 4 meter van de cup buiten de green.
  • Sla 9 ballen van dezelfde plek.
  • Het doel is om de bal in één keren de hole te slaan zonder stuit.

Hoeveel ballen slaat u in één keer in de hole?

Onthoud uw record en probeer dit de volgende keer te verbreken.

7. Chip ze stiff

Doel is om geen chips tekort te laten

  • Sla 5 ballen vanaf 15 tot 20 meter van de cup naar 5 verschillende holes op de green.
  • Sla iedere bal dus naar een verschillende hole.

Scoring

  • In de hole: 15 punten.
  • Achter de cup tot 2 meter = 10 punten.
  • Achter de cup tot 1 meter = 5 punten.
  • Tekort = -5 strafpunten.

Hoeveel punten haalt u? Herhaal deze oefening en probeer uw record te verbreken.

Maak de oefening moeilijker door een moeilijkere ligging te kiezen.

1. Greenside Bunker Skills

Drop 5 ballen in een green-side bunker op ongeveer 10 meter van de hole.

  • Buiten 2 meter = 0 punten
  • Binnen 2 meter = 1 punt
  • Binnen 1 meter = 3 punten
  • In de hole = 5 punten

Hoeveel punten heeft u na 5 ballen?

Hou u score bij en probeer dit van verschillende afstanden en liggingen te herhalen

2. Greenside Bunker Handicap

  • Markeer 3 cirkels rondom de cup 1, 2 en 3 meter afstand.
  • Doe de oefening in groepjes van 2, de speler die niet speelt meet voor de ander en houd score bij.
  • Sla 10 ballen OM EN OM vanaf een plek tussen 9 – 12 meter.
  • Het aantal gehaalde punten is gerelateerd aan een bunker handicap.

Scoring Max = 40 punten

  • Binnen 3 meter = 1 punt
  • Binnen 2 meter = 2 punten
  • Binnen 1 meter = 3 punten
  • Niet op de green = -1

0-5  = hcp 22+

6 = hcp 21-19     12-13 = hcp 9-7

7 = hcp 18-16      14-15 = hcp 6-4

8-9 = hcp 15-13      16-17 = hcp 3-1

10-12 = hcp 12-10     18-19 =  hcp 0-+1

20+ =  hcp +2

1. Aftanden en marges

  • Kies op de wedge-area 3 afstanden, bijvoorbeeld 30, 60 en 70 meter.
  • Sla 9 ballen achter elkaar naar iedere bal een verschillende afstand.
  • Probeer de  binnen 10% marge te laten landen, dus 3, 6 en 7 eter van het bord.
  • Tel van de 9 ballen hoe vaak dt gelukt is.
  • Varieer de afstanden en wedges.

2. Level Up

  • Kies 3 afstanden op de wedge-area (bijvoorbeeld 30, 40 en 60 meter).
  • Level 1 haalt u als u 2 ballen achter elkaar binnen 10% van het 30 m bord laat eindigen, ga naar level 2.
  • Mist u een schot dan begint u opnieuw op deze afstand.
  • Level 2 haalt u als u 2 ballen achter elkaar binnen 10% van het 40 m bord laat eindigen, ga naar level 3.
  • Level 3 haalt u als u 2 ballen achter elkaar binnen 10% van het 60 m bord laat eindigen.
  • Gelukt dan bent u klaar met dit spel.

Hoeveel ballen heeft u nodig om het spel te volbrengen?

2. Afstanden

  • Ontwikkelen van meer vertrouwen en afstandscontrole met verschillende wedges.
  • Nodig: 3 verschillende wedges.
  • Selecteer 5 verschillende targets op de wedge-range, noem deze target 1 t/m 5. (ieder target heeft dus een andere afstand).
  • Sla nooit 2 keer achter elkaar met dezelfde club naar het zelfde target.
  • De bal moet binnen de 10% van de totale afstand landen. (60 = 6, 40 = 4, etc)
  • Als de bal binnen de 10% eindigt ga je door naar het volgende target.
  • Mis je de volgende dan ga je terug naar de vorige afstand en moet je deze eerst weer halen.
  • Als je alle afstanden binnen de 7 schoten kunt halen dan heb je in principe voldoende controle om met vertrouwen deze afstanden te slaan.

1. Korte putts

  • Leg een bal op 1, 2 en 3 meter van de hole.
  • Probeer alle drie de putts achter elkaar te maken.
  • Begin bij 1 meter, vervolgens 2 en als laatste 3 meter. Mist u een putt dan begint u weer bij de 1 meter putt.
  • Noteer hoe vaak u achter elkaar alle 3 de putts maakt en probeer dit te verbeteren.

Wat is uw record?

2. Broadie 3 meter

Doel

• Winnen door 10 punten te halen in zo min mogelijk gespeelde holes.

Spelregels

  • Plaats een bal op 3 meter van de hole.
  • Putt totdat de bal in de hole is (1, 2, of 3 putts).
  • Houd bij hoe vaak u nodig heeft voordat de eerste putt valt.
  • Houd goed bij hoeveel holes u gespeeld heeft.
  • Het spel is over indien u -10 of +10 punten heeft.

Scoring

  • 1-Putt = 2 punten
  • 2-Putt: eerste putt te lang =  0 punten
  • 2-Putt, eerste putt te kort = -1 punten
  • 3-Putt of meer = -3 punten

Eindscore

  • Aantal holes dat u nodig heeft om bij +10 totaal te komen.
  • U verliest het spel als u score tot -10 punten gedaald is.

Belangrijk!

  • Iedere hole dient van een nieuwe plek geputt te worden, dus nooit twee keer achter elkaar van dezelfde plek!
  • Iedere hole dient een andere break te hebben, en varieer dit. Dus up- hill, down-hill, van links naar rechts of van rechts naar links.

3. Broadie 6, 9, 12 meter

Doel

• Winnen door 15 punten te scoren in zo min mogelijk aantal holes.

Spelregels

  • Plaats een bal op 6, 9 of 12 meter.
  • Putt totdat de bal in de hole is (resp. 1, 2, 3 of 3+ putts)
  • Houd bij hoeveel holes u gespeeld heeft.

Scoring

  • 1-Putt = 5 punten
  • 2 putts, eerste putt binnen 1 meter = 1 punt
  • 2 putts, eerste buiten 1 meter = 0 punten
  • 3 of meer putts =  -3

Eindscore 

  • Aantal gespeelde holes om 15 punten te halen.
  • Verliezen als u bij -15 punten komt.

4. Ladder putten

  • Zoek een cup met genoeg afstand eromheen.
  • Plaats een tour stick of golfclub op exact 1 putter lengte achter de hole.
  • Steek tees in de grond met een interval van telkens 1 meter in een rechte lijn naar achteren.
  • Het doel is om de putt te holen of te laten eindigen achter de hole en voor de tour stick.
  • Maakt u de putt of eindigt de putt achter de hole in het vak dan gaat u naar Level 2 (2 meter).
  • Raakt u de tour stick of golfclub of laat u de putt tekort start dan opnieuw.
  • Maak uw eigen record en hou dit bij.
  • Er is geen limiet in levels, hou bij wat uw record is qua level.
  • Doe deze drill minimaal 3 keer!

5. PR op de 1 meter putts

  • Steek op 1 meter afstand 5 tees rondom de hole.
  • Begin bij tee 1 en hole de putt.
  • Ga door totdat je een putt mist.
  • Hou bij hoeveel putts uw achter elkaar gemaakt hebt en wat uw persoonlijke record is.
  • Doe deze drill minimaal 3 keer!

6. Make or break

  • Bepaal 6 verschillende locaties op een afstand tussen de 6 en 9 meter van de cup.
  • Iedere locatie moet anders zijn qua break/downhill/uphill.
  • Putt 3 ballen per locatie naar de hole, totaal dus 18 putts.
  • Noteer het aantal gemaakte putts en dat is uw target om de volgende keer te verbreken.

Hoeveel uit 18 putts maakt u?

7. The need for speed

  • Gebruik 10 ballen. Steek tees in de grond op 0 meter, 3 meter en 6 meter.
  • Ga bij de 0 meter tee staan.
  • Putt zoveel mogelijk ballen achter elkaar tussen de eerste en 2e tee (op 3 en 6 meter).
  • Elke nieuwe putt moet verder gaan dan de voorgaande putt (opbouwen).
  • Probeer zoveel mogelijk putts achter elkaar tussen de tees te putten.
  • Slaat u een putt korter dan de laatste putt dan begint u opnieuw.

Hoeveel ballen putt u achtereenvolgend tussen de 3 en 6 meter tee?

1. Split de fairway

Gebruik 2 targets om een denkbeeldige fairway te maken op de range (gebruik bijv. de gele pionnetjes die in het net hangen, steeds 21 meter van elkaar).

Aan 1 kant van de fairway is “rommel” (water, OB of hoge rough) en aan de andere kant juist niet.

  • Speel 9 holes waarbij op de oneven holes de “rommel” links van de fairway is en de even holes rechts.
  • Slaat u een bal in de “rommel” dan makt u een double hoge op deze hole, aan de tegenovergestelde kant is dan een bogey.
  • Midden fairway is een par.
  • Noteer uw score na 9 holes en probeer dit te verbeteren.

2. Fairway in regulation

Maak denkbeeldig 3 fairways op de driving-range (gebruik de gele pionnetjes in het net achter die steeds 21 meter uit elkaar hangen).

  • Probeer met de driver 3 balen achter elkaar in de eerste fairway te slaan.
  • Lukt dit ga fan naar level 2 en sla 3 drives in fairway no. 2.
  • Level 3 haalt u als u 3 ballen in fairway no. 3 slaat.

Welk level haalt u en hoeveel ballen achter elkaar?

 

Scroll to top